Er is alleen maar groei, opgang en ontwaking

Zodra ik de wereld als zondeloos kan zien, heb ik mijn eigen zondeloosheid ontdekt. Niet langer ben ik dan gebonden door de ketenen van mijn eigen oordeel.

Op het moment dat ik op deze manier kan kijken naar ieder mens, diep beseffend dat elkeen handelt vanuit zijn bewustzijn of onbewustzijn dan ben ik werkelijk vrij. Hoe zou ik een ander ooit kwalijk kunnen nemen dat hij levenservaringen opdoet?
Ieder mens maakt keuzes vanuit zijn eigen ervaringswereld. Hoe kan iemand juiste keuzes maken als die persoon nog verblind is?
In mijn optiek kan de keuze wellicht niet heilzaam zijn. Maar mag ik er dan niet op vertrouwen dat juist door het maken van deze specifieke keuze hem of haar wellicht op de tijd die bij haar of hem hoort, getoond zal worden dat er een andere, hogere keuze mogelijk is? Dat hij of zij tot nieuwe keuzes zal komen die wél heilzaam zijn voor hemzelf of haarzelf en de wereld erom heen?
Hoort dat niet bij het proces van groei, opgang en ontwaking?
En misschien, heel misschien had deze persoon, net die keuze nodig om tot het besef te komen dat de weg die hij of zij gekozen had een doodlopende weg was.

Dit wil niet zeggen dat ik het principe van: ‘leef maar raak!’ toejuich..
Dit wil niet zeggen dat ik instem met een leven dat een ander leven knecht en beperkt.
Neen. Mijn krachtig neen zal opstaan zodra die ander mij of mensen om me heen in zijn onbewuste keuzes mee wil sleuren.
Maar het wil wel zeggen dat ik bereid ben een ander vrij te geven, en daarbij het vertrouwen heb dat in heel de dynamiek en spanning van het menselijk keuzespel een vrucht voortkomt die uiteindelijk ieder mens tot het licht voert.
Het wil ook zeggen dat ik al mijn zogenaamde ‘fouten’ in een ander daglicht ga zien; gaandeweg vervaagt het woord ‘fout’ en maakt plaats voor het nieuwe woord ‘vergissing’: een woord dat de poort opent om een begin te maken om mijzelf te vergeven, aangezien elke keuze die ik ooit maakte, plotseling geen zondebesef meer met zich meedraagt, maar slechts groei en bloei met zich meebracht.

Zo vertrouw ik op de goddelijke kern die ieder mens in zich draagt. Zo vertrouw ik op de onvermijdelijkheid van de afloop die voor een ieder vast staat. Want geloof me, ook al kan de weg zeer lang toeschijnen, uiteindelijk is het het licht waar jij en ik eens op uitkomen. Maar het tijdstip van aankomst hebben wij in eigen hand.